02-01-07

Antwoord aan Mattisia, Z., 2 januari 2007

Ach waarde Mattisia,

Je vraagt me meer uitleg over jaren terug toen ik langsheen de Taag liep, huiverde, en niet wist waarom? Wel, het waren mijn eerste uren ooit op Portugese grond, net geland in Lisboa, indrukwekkendste der Europese steden, slenterend op het Praça do Comercio, slalommend tussen de skate ramps, wachtend op de bus naar Evora, overweldigd door de fado van de Tejo, diep blauwgrijs en stromend zoals hij daar al sinds dierenheugnis stroomde. En ik denk nu dat ik toen huiverde, omdat ik toen Pessoa nog niet kende, en nu wel, en voorvoelde dat ik, hem wel kennende, ooit aan dat magische moment zou terugdenken, maar ik weet niet zeker meer dat ik toen huiverde, ik kan het enkel dromen.

Je genegen,

Ninguem.

30-12-06

Brief aan Fernando Pessoa, Z., 30 december 2006

Beste Fernando,

Ik weet niet waar te beginnen. Maar we hebben alle tijd. Door de onmogelijkheid rest ons verder alle tijd. Ik had je graag gevraagd waarom je dacht dat liefde en literatuur elkaar uitsluiten. Is dat jouw idee, of is het gewoon zo? Je hield toch van Ofélia? Had het dan niet gekund, trouwen en schrijven, zoals andere mannen trouwen en vissen, of trouwen en naar de kroeg gaan. Vergeef me mijn onbeschaamdheid, maar literatuur en kroegleven schenen mekaar niet uit te sluiten voor je, toch?

Ik weet dat je nu slaapt, in jouw oneindig grote zelfgezochte slaap, en ook Ofélia slaapt reeds, maar het had allemaal zo anders kunnen lopen. Begreep ze wie je was, heb je het haar verteld? Zou je begrijpen wie ik ben, en zou je luisteren als ik het jou vertel? Zou je glimlachen als ik je vertelde dat ik jaren terug langsheen de Taag liep, huiverde, en niet wist waarom?

Tot daar,
je toegenegen,
Ninguem.

02:11 Gepost door Ninguem in Tertiaire literatuur | Permalink | Commentaren (1) | Tags: ofelia, liefde, literatuur, taag |  Facebook |